INTERVIEW MET MR. SIMON DERYCKERE: het contractenrecht hervormd – meer dan een cosmetische ingreep?

15 december 2019

Op 30 maart 2019 zette de federale regering het licht op groen voor een grondige hervorming van het algemeen contractenrecht (verbintenissenrecht). Met deze hervorming – die kadert in een nieuw Burgerlijk Wetboek – wil de regering het oude Wetboek (dat dateert van 1804) opfrissen en aanpassen aan de huidige samenleving. De impact van het verbintenissenrecht is groot en vormt de basis voor vele andere rechtsdomeinen. Waar ziet Mr Simon Deryckere, Advocaat bij Athena Law & Strategy, kansen en verbeterpunten in deze hervorming?

Kunt u kort de kernelementen van het huidig contractenrecht schetsen?

Simon Deryckere: “Het algemeen contractenrecht of verbintenissenrecht vormt een duidelijk wettelijk kader voor de vele overeenkomsten die mensen met elkaar aangaan, zoals bijvoorbeeld de aankoop van een woning of een wagen. Deze rechtstak heeft dus een impact op miljoenen contracten die werden en worden afgesloten.”

“Het huidig contractenrecht bevat vier kernelementen. Ten eerste is er de contractvrijheid, waarbij iemand zelf kan kiezen met wie, wanneer, waarover en aan welke voorwaarden hij een contract afsluit. Vervolgens is er het verbindend karakter van een contract (‘pacta sunt servanda’), zoals we ook in het dagelijks leven belang hechten aan de afspraak ‘een woord is een woord’. Ten derde moeten we rekening houden met een systeem dat vormvrij is (‘solo consensu’), waarbij dus quasi alle contracten mondeling afgesloten kunnen worden, zelfs bijvoorbeeld de verkoop van een woning. Het geschrift dient dan als bewijs. Bij een verkoop van een onroerend goed moet de overeenkomst daarna tegenstelbaar aan derden gemaakt worden via een authentieke akte bij een notaris. En als vierde kernelement speelt het aspect goede trouw een steeds prominentere rol. U moet in de regel alles doen om tot een correcte uitvoering te komen van de overeenkomst, ook al zijn dit zaken die niet uitdrukkelijk opgenomen zijn in het contract. De laatste jaren worden steeds strenger toegezien op rechtsmisbruik. Het volstaat niet een recht te hebben, men moet het ook correct uitoefenen.”

Tijdens het Confocus-seminarie – dat u samen met Prof. dr. Aloïs Van Oevelen in het voorjaar van 2020 presenteert – behandelt u het nieuw contractenrecht in detail.

SD: “Dat klopt. Contractenrecht wordt dikwijls ook verbintenissenrecht genoemd. Maar verbintenissenrecht bestaat strikt genomen uit twee luiken, namelijk het contractenrecht en het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht. Dit tweede luik komt echter niet aan bod tijdens ons seminarie.”

“De sessie zal uit twee delen bestaan: enerzijds presenteert Prof. dr. Van Oevelen de meest recente rechtspraak op basis van de huidige wetgeving. Daarnaast behandel ik twee belangrijke thema’s, namelijk het nieuw Burgerlijk Wetboek – dat momenteel nog een wetsvoorstel is – en de nieuwe B2B-wet van 4 april 2019 die ruim toegepast zal worden voor alle ondernemingen, van freelancers tot beursgenoteerde ondernemingen. Dit maakt de nieuwe wet meteen ook controversieel. In Nederland is de toepassing van de B2B-regelgeving bijvoorbeeld beperkt tot standaardcontracten waar geen onderhandelingsmarge is.”

“De nieuwe B2B-wet bestaat uit drie luiken, waarvan de onrechtmatige bedingen het belangrijkste onderdeel vormen. De andere onderdelen zijn minder van belang in de context van ons seminarie.”

Wat verandert er concreet in het contractenrecht naar aanleiding van de hervorming van het Burgerlijk Wetboek in 2020?

SD: “De vier kernelementen blijven alleszins behouden in het nieuw Burgerlijk Wetboek, dat verder bouwt op bestaande tendensen en een modernisering van de wetgeving nastreeft. Belangrijk om te noteren is wel dat – als de B2B-wet van kracht wordt – het element contractvrijheid onder druk komt te staan. Dat is een van de redenen waarom deze nieuwe wet zo controversieel is.”

“Het frame van het nieuw contractenrecht is een onderdeel van het nieuw Burgerlijk Wetboek. Dit frame is reeds gestemd en dus als wet van kracht. Enkele andere onderdelen van het Burgerlijk Wetboek, zoals onder andere het nieuwe bewijsrecht, zijn ook al gestemd.”

“Als ik kijk naar concrete aanpassingen, dan is er vooreerst een ‘cosmetische’ opsmuk van het Wetboek, waarbij de wetsartikelen na ruim 200 jaar eindelijk een facelift kregen op het vlak van taal en stijl. Deze modernisering in taalgebruik is niet de meest essentiële wijziging, maar wel zeer welkom om het Wetboek toegankelijker en gebruiksvriendelijker te maken.”

“Een belangrijkere aanpassing is de codificatie van wetsartikelen. Bepaald essentiële begrippen, zoals bijvoorbeeld rechtsmisbruik, stonden nog niet in het Wetboek omdat ze zuiver in rechtspraak ontwikkeld zijn. Door deze hervorming zijn nieuwe begrippen makkelijker op te zoeken, wat zeker een belangrijke meerwaarde is. Je zou kunnen stellen dat het vernieuwd Wetboek als een cursus verbintenissenrecht leest.”

“Ook positief is dat de rechtszekerheid wordt vergroot door het opnemen van rechtspraak in de wetgeving. Rechters worden verplicht om de wet toe te passen, wat de voorspelbaarheid ten goede moet komen.”

“Aansluitend is het zo dat de wetgever bestaande twistpunten trancheert of onduidelijkheden oplost. Ik juich ook toe dat in het hervormde contractenrecht aandacht besteed wordt aan ‘best practices’ uit andere landen, zoals Nederland en Zwitserland. Vernieuwende ideeën, die in de lijn liggen van bestaande rechtspraak en wetgeving in het buitenland, zijn immers meer dan welkom. Hierin schuilt trouwens de echte vernieuwing. De nieuwe spelregels bieden partijen meer mogelijkheden om – in onder andere het ondernemingsrecht – zelf problemen op te lossen buiten de rechtbank. Hierdoor kan men sneller op de bal spelen en aanzienlijk tijd winnen.”

Welke nieuwigheden ziet u op het vlak van het aansprakelijkheidsrecht?

SD: “Het ontwerp van het nieuw aansprakelijkheidsrecht is nog niet ingediend als wetsvoorstel. Een van de belangrijkste vernieuwingen situeert zich op het vlak van de cumul van contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid.”

“Vandaag is het in ons land quasi onmogelijk om een contractuele en buitencontractuele vordering te combineren. Dit is wel mogelijk in andere landen. Met andere woorden: van zodra er een contract is, is het zo goed als onmogelijk om iemand buitencontractueel aansprakelijk te stellen. Het nieuw Wetboek keert deze redenering om: het uitgangspunt wordt dat een combinatie wel mogelijk zal zijn.”

“Als er in een contract echter bepaalde clausules staan (met name een exoneratiebeding, waarbij de aansprakelijkheid beperkt wordt tot een bepaald bedrag), dan zal dit ook gelden voor een buitencontractuele vordering. Dit zorgt voor meer logica in de juridische spelregels en is volgens mij een echte innovatie, omdat de wetgever ingaat tegen cassatierechtspraak die teruggaat tot 1973.”

Op welke punten ziet u verbetering mogelijk?

SD: “Nog meer dan vandaag kan en mag een rechter een oordeel vellen dat rekening houdt met alle omstandigheden. Dit levert maatwerk op, want geen enkele casus is identiek. Er zijn echter ook nadelen aan deze werkwijze verbonden, namelijk de verhoogde workload voor rechters en het risico dat de rechtszekerheid afneemt.”

“Concreet voorbeeld: zelfs als een rechter oordeelt dat een bepaalde rechtshandeling nietig is, dan voorziet een nieuwe bepaling dat de nietigheid niet meer de gepaste sanctie is, rekening houdend met alle omstandigheden. Denk aan een woning die gebouwd werd in strijd met een stedenbouwkundige vergunning. Dergelijke handeling is in principe steeds nietig, want in strijd met de openbare orde. Bij een eventuele regularisatie kan men zeggen dat deze bouw niet meer nietig is. Inhoudelijk is hier zeker een punt te maken, maar wat dan bij andere cases, waarbij elke rechter zelf kan oordelen?”

Om te besluiten: welke aanbevelingen zou u willen doen?

SD: “Met de hervorming van het contractenrecht en aansprakelijkheidsrecht heeft de wetgever alvast een politiek moedige keuze gemaakt, zonder hierbij expliciet (politiek) kleur te bekennen. De modernisering is zeker een stap in de goede richting, waarbij ik echter wil opmerken dat de op komst zijnde wijzigingen best drastischer en kordater hadden mogen zijn. Ik heb de indruk dat men zich teveel beperkt tot het wegwerken van excessen uit het verleden. Door het nemen van teveel kleine stappen dreigen we de boot te missen om te anticiperen op toekomstige trends die snel op ons afkomen, zoals bijvoorbeeld de aansprakelijkheid voor nieuwe medische apps. Die blik op de toekomst mis ik voorlopig. Dit is zeker geen kritiek op de auteurs van de nieuwe wetgeving, maar een pleidooi om verder te gaan op de ingeslagen weg.”

“Een tweede, meer pragmatische, aanbeveling is om te voorzien in een spoedige en consequente inwerkingtreding. Zoals ik al aangaf, bouwt het nieuwe contractenrecht volledig verder op de bestaande spelregels. De wetgeving is inhoudelijk een verbetering en beoogt de rechtszekerheid te verhogen. Volgens mij is dan ook logisch dat dit zo snel mogelijk in werking treedt.”

“Het huidig ontwerp voorziet echter een lange overgangstermijn van 18 maanden na publicatie in het Belgisch Staatsblad. Bovendien geldt dit in regel enkel voor overeenkomsten die gesloten werden ná die datum. Ondertussen wordt in de Memorie van Toelichting bij het ontwerp een oproep gedaan aan de rechtspraak om zich nu al te aligneren op deze tekst. Is het dan niet beter om meteen consequent het nieuwe contractenrecht bij wet van toepassing te verklaren?”

“Die initiële (lange) overgangstermijnen dateren trouwens al van het ontwerp in 2015. Ondertussen hebben juristen vier jaar lang de kans gekregen om zich hierover te informeren.”

“Wat het luik onrechtmatige bedingen in de B2B-wet betreft, gaat de voorkeur uit naar een beperking van het toepassingsgebied. Ik merk op dat deze bepalingen – die voor rechtsonzekerheid zorgen – wel al van kracht worden op 1 december 2020. Niet enkel op overeenkomsten van nadien gesloten worden, maar ook op bestaande contracten die nadien worden hernieuwd of gewijzigd.”

Hartelijk dank voor dit interview.

SD: “Graag gedaan.”

Meer weten?

Mr. Simon Deryckere en Prof. dr. em. Aloïs Van Oevelen lichten het nieuwe contractenrecht en de bijhorende rechtspraak uitgebreid toe tijdens het seminarie “Het nieuwe verbintenissenrecht” dat Confocus in het voorjaar 2020 organiseert.

Mr Simon Deryckere
Advocaat bij Athena Law & Strategy